Raad van Kinderen: ‘Onze kwaliteiten en talent echt zien? Dat doe je zo!’

Het is dinsdagochtend, 30 juni 2020. De Raad van Kinderen zit opgesteld in een hoefijzervorm. In de ‘opening’ staat de gespreksleider: prinses Laurentien van Oranje. Straks gaan ze hun scholen vertellen wat ze nodig hebben om zich echt gezien te voelen. Maar eerst nog even voorbespreken. En springen, om de zenuwen kwijt te raken.

De Raad van Kinderen is bijna voltallig aanwezig. In de net-niet-kring zitten Tieme, Tom, Aron, Jelte, Marijn, Jesse, Kelsey, Esmer, Sanne, Mitchell, Vera, Cleo, Lisa, Noa en Rafael. Ze zijn (bijna) elf en twaalf jaar oud. Jesse legt achteraf uit waarom hij deelneemt aan de raad: ‘Ouderen weten niet hoe het is om nú kind te zijn.’

Ingewikkelde vraag

Het afgelopen jaar gingen de kinderen op pad om antwoord te vinden op een ingewikkelde onderzoeksvraag: “Hoe kunnen scholen ervoor zorgen dat het talent en de kwaliteiten van iedere leerling echt gezien worden?” Het is spannend om straks de antwoorden te presenteren. Juist daarom neemt de prinses de kinderen een kwartiertje apart: even alles op een rijtje zetten, zonder pottenkijkers. Laurentien brengt de zenuwen tot rust met de enige regel die de bijeenkomst heeft: niets is fout. Na nog wat laatste rek-strek-spring-oefeningen worden bestuurders Astrid (De Onderwijsspecialisten), Yvonne (Florès, voorheen DeBasisFluvius) en teamleider Alfred (De Ommezwaai) binnen gevraagd.

Presentatie

Met of zonder microfoon, dat is de vraag. Het wordt mét, want dat is volgens de kinderen ‘eigenlijk wel tof’. En dan is het echt zover: de presentatie van de negen dia’s met uitkomsten. Noa introduceert de hulpvragen die ze aan de directeuren hebben gesteld; ze meldt daarbij lachend dat ze niet veel meer te vertellen weet, omdat het ‘allemaal al best lang geleden is’. Maar de zes ‘onderzoekers’ die de presentatie voor hun rekening nemen, doen het uitstekend. Ze leggen een prima basis voor de volgende stap: een gesprek over gezien worden. De prinses geeft lange tijd alleen de kinderen het woord, want om hén gaat het.

Speciaal en normaal

De Raad van Kinderen Arnhem is een samenwerking tussen speciaal onderwijs (De Onderwijsspecialisten) en normaal onderwijs (Florès Onderwijs). Maar wat is dat nou precies, ‘speciaal’ en ‘normaal’? Maakt het eigenlijk verschil, wil de prinses weten. Meestal niet, zeggen de kinderen: iedereen is anders, en anders is goed. Cleo vindt het leuk om speciaal te zijn, maar volgens Lisa kun je er ook het gevoel van krijgen dat je er niet helemaal bij hoort. Vera is er nuchter over: Het is allemaal een school met taal en rekenen, alleen op een andere manier.

Je gezien voelen

‘Wat maakt dan dat je je gezien voelt?’, vraagt de prinses. ‘En wil je dat überhaupt?’ In vriendschappen wel, blijkt uit de antwoorden. Maar op school, door hun juf of meester, worden de meeste kinderen het liefst niet te erg gezien, dat voelt wat ongemakkelijk.

‘Maar hoe kom ik er dan achter wat jij nodig hebt?’, vraagt prinses Laurentien. Esmer vertelt hoe zij zelf vaak zonder woorden ontdekt wat een ander nodig heeft, gewoon door te kijken: ‘Soms zit iemand alleen en dan vraag ik die erbij als we voor het spel nog iemand missen.’ Samen spelletjes doen - met of zonder de juf of meester - is sowieso fijne aandacht, vindt Rafael. ‘Als je het goed doet, dan zeggen de anderen dat - je wordt gezien.’ Je hoeft niet eens per se iets goed te doen om je gezien te voelen, vindt Jelte. Het is bijvoorbeeld heel leuk als de meester of juf je groet als je de klas binnenkomt: ‘Hoe gaat-ie? Heb je een goed weekend gehad?’ En dan is het heel fijn als de juf of meester zelf ook dingen vertelt, vindt Tieme.

Talent

Als je echt gezien wordt, ontdek je makkelijker waar je talenten liggen. ‘Maar hoe merk je dan dat je ergens talent voor hebt?’, vraagt de prinses. Aron ziet op school vooral ruimte voor taal en rekenen, verder valt er volgens hem niet veel te ontdekken. ‘Misschien ben ik wel heel goed in schermen of boogschieten, maar daar kom ik op school niet achter.’ Sanne is dat wel met hem eens: ‘Het meeste ontdek je na school.’

Voor Mitchell is het belangrijker om iets leuk te vinden dan om er goed in te zijn. Toch hoopt hij wel dat hij van zijn auto-hobby zijn werk kan maken. Soms ontdek je talent of wat je leuk vindt door toeval, weet Tom: ‘Door corona kon de musical niet doorgaan en maakten we een film.’ Het is wel lastig om van jezelf te zeggen dat je ergens goed in bent, vindt Marijn: ‘Het voelt arrogant om te zeggen dat ik goed kan keepen, al is dat wel zo.’ En als je ergens (nog) niet goed in bent, helpt aanmoediging, volgens Kelsey: ‘Gewoon zeggen: Je bent goed bezig!’ En precies dát vinden de toehoorders van de Raad van Kinderen Arnhem: goed bezig!

De besturen van De Onderwijsspecialisten en Florès Onderwijs zijn enorm blij met de aanbevelingen en input van de Raad van Kinderen Arnhem. Ze gaan er de komende tijd mee aan de slag en koppelen natuurlijk terug wat ze er concreet mee gaan doen. 

 

Lees ook: De Onderwijsspecialisten en DeBasisFluvius vragen eigen leerlingen om advies passend onderwijs