‘Het kan er hier stevig aan toe gaan’

Cees Berntssen werkt sinds september 2020 als leraar van een derde klas op het Vierbeek College in Oosterbeek. Hij geeft les in een structuurklas van 14 leerlingen met bijvoorbeeld autisme.

‘Voor de veertien leerlingen in mijn klas geldt: alles wat nieuw is, is vreemd. En alles wat vreemd is, is eng. Beperkingen als autisme werken stevig door op gedrag, en dat onderschatte ik in het begin behoorlijk. Al vóór de eerste les ging het mis. Ik had alles in de klas zó neergezet als ik graag wilde. Zonder overleg met de leerlingen. Dus Jantje zat ineens niet meer naast Pietje. Mijn nieuwe gezicht was al spannend genoeg en nu gooide ik ook nog eens alles om. Eén van de jongens flipte, die ging met stoelen gooien.

Blauw-blok_band-opbouwen.jpg

‘Wat is dit?!’

Na dertien jaar regulier onderwijs in Arnhemse achterstandswijken was ik echt wel wat gewend, maar die eerste maanden viel mijn mond nog wel vaker open. Tussen het gevloek, getier, gescheld en geschreeuw door schoot soms door mijn hoofd: ‘Wat is dit? Moet ik dit willen?’ Maar je moet gewoon even door die beginperiode heen: de leerlingen hebben tijd nodig om je te leren kennen, te zien hoe je werkt en je te leren vertrouwen. Dan kom je vanzelf in regie. Nou ja, vanzelf … Dan doe ik mijn collega’s en vooral ook mijn mentor echt te kort: zonder hun hulp, adviezen en tips was ik niet nu al zo ver geweest.

Valkuil

Een van mijn collega’s drukte me ook op het hart: ‘Small steps, Cees, small steps.’ En ze heeft gelijk. Mijn leerlingen zien eruit als ieder ander kind, daarom leg je de lat makkelijk te hoog, terwijl je weet dat van binnen bijvoorbeeld autisme rommelt. Een aantal van hen is gewoon nog helemaal niet leerbaar. Dan ben ik al blij als een kind überhaupt naar school komt en niet wegloopt uit de les. En inmiddels heeft die leerling tóch nieuwe stapjes gemaakt: de telefoon gaat niet meer mee de klas in en pas geleden heb ik zelfs een rekeninstructie kunnen geven.

  

Wat heb jij nodig?

Maar de balans tussen pedagogiek en didactiek slaat in mijn geval absoluut door naar die eerste; ik ben zo’n zeventig à tachtig procent van mijn tijd kwijt aan het organiseren van de randvoorwaarden. Dat heeft te maken met de specifieke beperking van mijn leerlingen - veelal autisme - in andere klassen is dat anders. Als een kind al van slag raakt als het door corona via een andere ingang de school in moet, snap je dat er veel pedagogische aandacht nodig is. Ik zit daarom met alle leerlingen een keer apart, samen met hun persoonlijk begeleider of ouder: wat heb jij nodig om je fijn te voelen?


Van code rood …

Duidelijkheid is natuurlijk voor hen allemaal van groot belang. Ik spreek dus letterlijk mijn verwachtingen en eventuele consequenties uit: ‘Ik wil dat je nu gaat zitten en als je niet luistert krijg je een time-out buiten de klas.’ Onrust ligt altijd op de loer. Dan blijkt bijvoorbeeld dat het helpt om te vragen: zit je in groen, oranje of rood? Bij groen is alles oké en kan ik grapjes maken. Bij oranje is het bijvoorbeeld tijd voor een time-out met een muziekje. En dan is het de kunst om niet in rood terecht te komen en op tijd de achterwacht te bellen, zodat we kunnen de-escaleren voor de leerling met spullen gaat gooien. Soms lukt dat, soms ook niet.


… tot broodje kip

Dus ja: het kan er hier echt stevig aan toe gaan, maar daar staan natuurlijk mooie momenten tegenover. Een leerling kan in de ochtend verbaal flink los gaan en ‘s middags vol enthousiasme vertellen over de praktijkles horeca. Dan hoor ik precies hoe je een broodje kip moet maken of krijg ik alle ins en outs over netjes afwassen en afdrogen. Die jongen heeft passie voor horeca, zoals ik passie heb voor onderwijs. En passie is de beste motivator om te groeien, als leerling, als leraar en samen.’

Bekijk onze vacatures

In de reeks verhalen 'Ik ben een onderwijsspecialist' vertelt een onderwijsspecialist wat zijn of haar baan speciaal maakt. Deze keer vertelt Cees over de ruimte om een band op te bouwen met leerlingen.

Meer verhalen